Advertentie
Na jaren waarin AI-software de aandacht trok, verschuift de focus op Wall Street steeds meer naar de bedrijven die de onderliggende hardware leveren. Beleggers investeren in toenemende mate in chipfabrikanten en geheugenproducenten, gedreven door de explosieve vraag naar AI-infrastructuur. Vooral ondernemingen als Nvidia, Micron, SK hynix, Samsung en ASML profiteren van deze trend, terwijl veel softwarebedrijven achterblijven.
\De verschuiving is grotendeels het gevolg van de enorme investeringen die hyperscalers zoals Microsoft, Amazon, Meta en Google doen in AI-datacenters. Om generatieve AI-modellen te trainen en te draaien zijn grote aantallen krachtige gpu's en enorme hoeveelheden HBM-geheugen nodig. Daardoor schieten de prijzen van geheugenchips omhoog en draaien fabrikanten op volle capaciteit. Volgens analisten is de vraag nog altijd groter dan het aanbod, waardoor chipbedrijven recordomzetten boeken.
De beurskoersen weerspiegelen die ontwikkeling. Bedrijven als Micron, SK hynix en Samsung behoren dit jaar tot de grootste stijgers binnen de technologiesector, terwijl ook ASML profiteert van de aanhoudende vraag naar geavanceerde chipproductieapparatuur. Tegelijkertijd staan verschillende softwarebedrijven onder druk. Beleggers maken zich zorgen over de hoge ontwikkelkosten van AI-software en de vraag wanneer die investeringen daadwerkelijk tot hogere winsten leiden.
Volgens marktanalisten is de AI-race daarmee een nieuwe fase ingegaan. Waar de aandacht aanvankelijk vooral uitging naar chatbots en AI-diensten, verschuift de focus nu naar de bedrijven die de fysieke infrastructuur leveren. Zonder geavanceerde chips, geheugen en productiemachines is verdere groei van kunstmatige intelligentie immers niet mogelijk. De verwachting is dan ook dat de vraag naar AI-hardware de komende jaren hoog blijft, al waarschuwen analisten dat de sector gevoelig blijft voor schommelingen en winstnemingen.