Advertentie
De Horst Brandstätter Group, het moederbedrijf van Playmobil, wil een voormalige speelgoedfabriek in het Duitse Dietenhofen ombouwen tot een datacentercampus. Onder de naam Playmobil digital moet op het circa 18 hectare grote industrieterrein ruimte komen voor datacenters die onder meer zijn gericht op kunstmatige intelligentie. Het bedrijf wil aanvankelijk een elektrische aansluitcapaciteit van 100 megawatt realiseren, met mogelijkheden om het project later verder uit te breiden. Voor de ontwikkeling en bouw is de komende jaren een investering van honderden miljoenen euro's voorzien.
De plannen volgen op de sluiting van de Playmobil-fabriek in Dietenhofen eind juni 2026. Het was tot dat moment de laatste Duitse productielocatie van het speelgoedmerk. De productie is verplaatst naar fabrieken in Malta en Tsjechië. Door de sluiting verloren ongeveer 350 medewerkers hun baan. De onderneming wil het terrein nu opnieuw benutten, maar dan voor digitale infrastructuur in plaats van speelgoedproductie.
Een belangrijk voordeel van de locatie is de bestaande energie-infrastructuur. Het terrein heeft al twee aansluitingen op het 110-kilovolt-elektriciteitsnet vanuit verschillende richtingen. Netbeheerder N-ERGIE heeft volgens de Horst Brandstätter Group de benodigde netcapaciteit toegezegd. Dat is relevant omdat AI-datacenters grote hoeveelheden elektriciteit nodig hebben voor servers, krachtige processors en koeling. Bij nieuwe locaties kan het verkrijgen van voldoende netcapaciteit een belangrijke hindernis vormen.
De onderneming wil de campus modulair ontwikkelen. De eerste datacentermodules kunnen in bestaande bedrijfshallen worden ondergebracht; voor latere uitbreidingen zijn nieuwbouwlocaties voorzien. Klanten kunnen verschillende diensten afnemen. Zo kunnen exploitanten een bouwrijp terrein met stroomaansluiting huren en zelf een datacenter bouwen. Andere mogelijkheden zijn het huren van een compleet gebouw met koeling en beveiliging, het onderbrengen van eigen servers in een gedeelde datacenteromgeving of het afnemen van kant-en-klare rekenkracht zonder zelf hardware aan te schaffen. De campus moet daarmee zowel regionale bedrijven als grote internationale cloud- en AI-aanbieders aanspreken.
De Horst Brandstätter Group zegt dat gesprekken met geïnteresseerde partijen al lopen, maar heeft nog geen klanten bij naam genoemd. Ook een concrete datum voor de ingebruikname ontbreekt. Het bedrijf wil de locatie zelf in eigendom houden en de gemeenschappelijke infrastructuur voor energie, koeling en beveiliging ontwikkelen en beheren.
Bij de ontwikkeling wil de onderneming gebruikmaken van hernieuwbare elektriciteit en zonnepanelen op daken en geschikte delen van het terrein. Ook wordt gekeken naar het benutten van restwarmte uit de datacenters, bijvoorbeeld voor bedrijven in de omgeving of toekomstige warmtenetten. Of en wanneer dergelijke voorzieningen worden gerealiseerd, is nog niet bekend.
De omschakeling vindt plaats tegen de achtergrond van moeilijke jaren voor Playmobil. De omzet van de Horst Brandstätter Group daalde van ongeveer 760 miljoen euro in boekjaar 2020/2021 naar 409 miljoen euro in 2024/2025. De groep omvat naast Playmobil ook onder meer het merk Lechuza en de Playmobil FunParks. De nieuwe datacentertak moet het voormalige fabrieksterrein een andere economische functie geven en op termijn nieuwe bedrijvigheid aantrekken. Het is nog niet duidelijk hoeveel banen de campus uiteindelijk zal opleveren.
De plannen zijn bovendien relevant voor de regionale concurrentie om elektriciteitscapaciteit. Volgens regionale berichtgeving heeft de toegezegde netcapaciteit gevolgen voor andere geplande datacenterprojecten in de omgeving, waaronder een project dat met AI-bedrijf Anthropic in verband wordt gebracht. De precieze gevolgen voor die plannen zijn nog onderwerp van discussie. De Horst Brandstätter Group stelt zelf dat de campus openstaat voor meerdere gebruikers en niet bedoeld is om andere investeringen in de regio tegen te houden.