Advertentie
Een opvallend resultaat uit de AI Barometer: steeds meer Nederlanders staan positief tegenover het gebruik van kunstmatige intelligentie in het onderwijs. Men wil dat AI een grotere rol krijgt tijdens lessen, omdat het kan helpen leerlingen te motiveren én de werkdruk voor leraren te verlagen.
Het onderzoek, uitgevoerd door MSI-ACI Europe onder 1.005 volwassen Nederlanders, laat zien dat men over het algemeen positiever denkt over de mogelijkheden en voordelen van AI in het onderwijs. Mannen zijn gemiddeld iets positiever dan vrouwen, maar bij respondenten zonder kinderen is geen noemenswaardig verschil te zien.
Hoewel men het erover eens is dat AI geen leraar kan vervangen, vindt 29% dat scholen dankzij AI beter kunnen inspelen op de individuele behoeftes van leerlingen (vorig jaar was dat nog 22%). Nog eens 33% staat daar neutraal tegenover. Ook denkt men dat AI de motivatie van leerlingen kan verhogen, bijvoorbeeld door spelenderwijs leren, en de werkdruk voor leraren kan verlagen.
Toch vindt een kwart van de ondervraagden dat scholen achterlopen op het gebied van AI-gebruik. Opvallend is dat 14% aangeeft dat meer aandacht voor AI best ten koste mag gaan van het huidige lesaanbod. Tel je de neutrale antwoorden daarbij op, dan is dat vier op de tien Nederlanders die niet negatief staan tegenover zo’n verschuiving.
Ook in het algemeen staan Nederlanders positiever tegenover AI dan voorheen. Waar een jaar geleden vooral vragen leefden als “Mag dit wel?” of “Gaat AI mijn baan overnemen?”, ziet men nu steeds meer de voordelen.
“Vooral leraren die met tools als ChatGPT of educatieve AI-assistenten werken, merken dat het tijd kan besparen, creatiever lesmateriaal mogelijk maakt, en inspiratie biedt voor differentiatie en gepersonaliseerd leren,” zegt Dieter Möckelmann, expert op het gebied van innovatie in het onderwijs.
Möckelmann benadrukt dat het gevoel van urgentie groeit, onder andere omdat leerlingen buiten school al in aanraking komen met AI — bijvoorbeeld door ChatGPT te gebruiken voor huiswerk. Tegelijkertijd kampt Nederland met een structureel lerarentekort, waarbij AI volgens hem kan helpen het onderwijs flexibeler, slimmer en duurzamer in te richten.
Wel waarschuwt hij voor de ‘Piel-paradox’: “AI kan in potentie tijd besparen, maar je moet eerst tijd investeren om het goed te leren gebruiken. Experimenteren, fouten maken en leren hoort daarbij — maar juist dat ontbreekt vaak in het onderwijs. Daardoor blijft het potentieel onbenut. Het probleem ligt dus niet bij AI zelf, maar bij het gebrek aan ruimte om ermee te leren werken.”