Advertentie
Nieuw onderzoek laat zien dat Nederland meer kindermisbruikmateriaal (CSAM) host dan elk ander land ter wereld. Het gaat om ruim 60 procent van al het materiaal in West-Europa en bijna een derde van het wereldwijde totaal. Dat blijkt uit een rapport van het Childlight Global Child Safety Institute van de Universiteit van Edinburgh.
CSAM staat voor Child Sexual Abuse Material — beelden waarop kinderen onder de 18 jaar op een seksuele manier worden afgebeeld of misbruikt. De term vervangt “kinderpornografie”, omdat het volgens experts om bewijs van misbruik gaat, niet om vrijwillige beelden.
Uit het onderzoek blijkt dat Nederland wereldwijd de grootste host van dit materiaal is. In 2024 werden er 880 meldingen per 10.000 inwoners gedaan — veel meer dan in andere Europese landen. Volgens de onderzoekers zorgt de aanwezigheid van deze beelden op Nederlandse servers ervoor dat misbruik wereldwijd blijft doorgaan en dat slachtoffers opnieuw worden geconfronteerd met hun leed.
“Wat in Nederland gebeurt, blijft niet in Nederland,” zegt Paul Stanfield, directeur van Childlight. “Nederlandse data-infrastructuur wordt gebruikt om beelden van kindermisbruik wereldwijd te verspreiden — ook van kinderen uit andere landen. Elke dag dat dit materiaal online blijft, worden slachtoffers opnieuw geraakt. Dit is te voorkomen, maar daarvoor is politieke wil nodig.”
De kinderrechtenorganisatie Terre des Hommes Nederland sluit zich hierbij aan en roept de politiek op om snel in te grijpen. Volgens de organisatie zouden er de afgelopen twee jaar 1,5 miljoen minder meldingen zijn geweest als Nederland even goed had gepresteerd als het West-Europese gemiddelde.
“Deze cijfers zijn zorgwekkend en onacceptabel,” zegt Gráinne Le Fevre, directeur van Terre des Hommes Nederland. “We vragen politici om snel te handelen. Er is strengere wetgeving nodig om dit misbruik te stoppen. De tijd om in te grijpen is nu.”
Volgens het rapport speelt de Nederlandse digitale infrastructuur een belangrijke rol in het probleem. Nederland is een van de grootste hubs voor datacenters en internetknooppunten ter wereld. Daardoor is het land aantrekkelijk voor bedrijven die servers verhuren, maar ook voor criminelen die misbruikmateriaal verspreiden.
Naast de hostingcijfers wijst het onderzoek op bredere gevaren voor kinderen in Europa. Eén op de vijf kinderen in West-Europa krijgt online te maken met ongewenste seksuele toenadering, en 2,5 procent is slachtoffer geweest van het zonder toestemming maken of verspreiden van seksuele beelden.
De Nederlandse overheid heeft de afgelopen jaren stappen gezet, zoals strengere wetten en meer inzet op het verwijderen van illegale inhoud. Toch blijft Nederland een belangrijk centrum voor het verspreiden van kindermisbruikmateriaal. Nieuwe Europese regels, zoals de EU Child Sexual Abuse Regulation, moeten techbedrijven straks verplichten om actief te zoeken naar en te melden van dergelijk materiaal.
“Zolang dit materiaal online blijft, worden kinderen telkens opnieuw slachtoffer,” benadrukt Le Fevre. “Nederland heeft een unieke verantwoordelijkheid én de kans om de cirkel van misbruik te doorbreken.”