Advertentie
Intel heeft tijdens de OCP Global Summit 2026 nieuwe details bekendgemaakt over zijn GPU D-series, nieuwe rackontwerpen met Xeon-processors en verdere ontwikkelingen op het gebied van open AI-software. Met deze combinatie wil het bedrijf organisaties helpen om AI-infrastructuur flexibeler op te bouwen en de kosten en het energieverbruik van AI-inference beter beheersbaar te houden. De aanpak richt zich op het combineren van CPU's, GPU's en gespecialiseerde accelerators binnen één infrastructuur.
De aankondigingen sluiten aan op de groei van agentic AI. Daarbij voeren AI-agents meerdere taken achter elkaar uit, bijvoorbeeld door informatie op te halen, gegevens te analyseren en externe hulpmiddelen of bedrijfsapplicaties aan te sturen. Hierdoor bestaat de belasting van een AI-systeem niet alleen uit het uitvoeren van modelberekeningen. Ook gegevensverwerking, communicatie tussen systemen en het coördineren van verschillende taken vragen rekenkracht. Intel wil deze werkzaamheden verdelen over de hardware die er het meest geschikt voor is.
Intel GPU D-series gericht op inference
Een belangrijke aankondiging is de Intel GPU D-series, die eerder bekendstond onder de codenaam Crescent Island. Deze GPU-serie is ontworpen voor AI-inference, waarbij getrainde modellen antwoorden genereren of andere taken uitvoeren. Intel richt zich daarbij onder meer op grote taalmodellen, toepassingen met lange contexten en diensten die gelijktijdig verzoeken van meerdere gebruikers verwerken. De GPU's zijn gebaseerd op de Xe3P-architectuur en combineren maximaal 480 GB LPDDR5X-geheugen met een geheugenbandbreedte van 1,5 TB/s en een opgegeven rekenprestatie van 1,3 petaflops voor FP8-berekeningen. Het opgegeven stroomverbruik bedraagt 350 watt. Volgens Intel moet deze combinatie het mogelijk maken om grote modellen en geheugenintensieve inference-workloads efficiënter uit te voeren.
De opgegeven geheugencapaciteit verschilt per uitvoering. De Intel-kaart met PCIe-aansluiting beschikt over 160 GB LPDDR5X-geheugen. Het ontwerp biedt partners de mogelijkheid om eigen kaarten met verschillende configuraties te ontwikkelen, met een geheugencapaciteit tot 480 GB. Intel stelt dat de serie modellen met maximaal 300 miljard parameters op één kaart kan ondersteunen. In een systeem met acht GPU's moet ondersteuning mogelijk zijn voor modellen met meer dan één biljoen parameters. De kaarten gebruiken een standaard PCIe-formaat en zijn luchtgekoeld. Daardoor kunnen ze volgens Intel worden ingezet in bestaande datacenters zonder dat daarvoor speciale rack- of koelvoorzieningen nodig zijn. De gemeenschappelijke Xe-softwarebasis moet bovendien het overzetten van toepassingen tussen verschillende Intel-GPU-platforms vereenvoudigen. De eerste klanten testen de hardware al.
Xeon-processors als basis voor agentic AI
Naast de GPU-aankondiging presenteerde Intel nieuwe rackontwerpen met Xeon-processors, ontwikkeld met partners uit de hardwaresector. Verschillende ontwerpen maken gebruik van de Open Rack v3-standaard (ORv3) van het Open Compute Project (OCP). Deze standaard moet de integratie van racks in open datacenterinfrastructuur vereenvoudigen. Intel stelt dat geselecteerde configuraties met Xeon 6+-processors meer dan 46.000 processorkernen per rack kunnen bevatten, bij een opgegeven totaalvermogen van 133,45 kW per rack. De ontwerpen zijn bedoeld voor AI-omgevingen waarin veel agents gelijktijdig actief zijn en waarbij ook aanzienlijke eisen worden gesteld aan gegevensverwerking, invoer en uitvoer en de coördinatie van taken.
GPU's verzorgen een groot deel van de intensieve AI-berekeningen, terwijl Xeon-processors onder meer gegevensstromen beheren, taken verdelen en applicaties aansturen. Volgens Intel wordt de capaciteit van AI-infrastructuur daardoor niet alleen bepaald door de prestaties van afzonderlijke accelerators, maar ook door het aantal gelijktijdige AI-agents dat een systeem binnen de gewenste responstijd kan ondersteunen.
Voor de rackontwerpen werkt Intel samen met onder meer ASRock Rack, ASUS, Gigabyte, MiTAC, MSI en Supermicro. De getoonde systemen zijn volgens Intel oplossingen van partners die beschikbaar zijn voor klanten.
Open software moet hardwarekeuze vereenvoudigen
Om verschillende typen processors en accelerators effectief te laten samenwerken, zet Intel in op open software en ondersteuning voor gangbare AI-frameworks en inferentieplatforms. Het bedrijf wil voortbouwen op de hulpmiddelen die ontwikkelaars al gebruiken, zodat toepassingen niet voor ieder nieuw hardwareplatform volledig opnieuw hoeven te worden ontwikkeld. Intel noemt onder meer ondersteuning voor bestaande AI-frameworks, inferentieruntimes en softwarebibliotheken voor prestatieoptimalisatie. Door deze software beschikbaar te maken voor zowel Xeon-processors als Intel-GPU's wil het bedrijf de overdraagbaarheid van toepassingen verbeteren. Ook werkt Intel aan ondersteuning voor nieuwe open modellen zodra deze beschikbaar komen. Een genoemd voorbeeld is Meta Muse Glimmer, waarvoor Intel ondersteuning vanaf de eerste beschikbaarheid van het model nastreeft.
Voor zakelijke toepassingen noemt Intel daarnaast de Intel AI for Enterprise Agent Toolkit. Deze software is momenteel geoptimaliseerd voor en inzetbaar op Xeon-processors. De architectuur moet op termijn ook uitbreiding naar Intel-GPU's mogelijk maken, zodat bedrijven agenttoepassingen over verschillende typen rekenhardware kunnen verdelen.
Een ander onderdeel van de softwarestrategie is het scheiden van de prefill- en decodefase van AI-inference. Tijdens prefill verwerkt een model de invoer en context van een verzoek. Tijdens decode genereert het model vervolgens de uitvoertokens. Omdat beide fasen andere eisen stellen aan rekenkracht en geheugenbandbreedte, kan het verdelen ervan over verschillende rekenresources helpen om de beschikbare capaciteit beter te benutten.
Samenwerking rond open datacenterstandaarden
Intel wil ook de integratie van accelerators in datacenters vereenvoudigen door bij te dragen aan open hardwarestandaarden. Binnen het Open Compute Project werkt het bedrijf met andere partijen aan de Open Adapter Card-werkgroep. Deze samenwerking richt zich op een gestandaardiseerde vormfactor voor acceleratorkaarten die onder meer de mechanische, elektrische en beheertechnische compatibiliteit tussen verschillende systeemontwerpen moet verbeteren.
Volgens Intel heeft het sinds 2011 in totaal 116 bijdragen geleverd aan het OCP. Het bedrijf ziet open standaarden en interoperabele software als manieren om bestaande investeringen te behouden en nieuwe hardware gemakkelijker toe te voegen wanneer de eisen van AI-workloads veranderen.
De GPU D-series, de Xeon-rackontwerpen en de softwareontwikkelingen vormen daarmee onderdelen van dezelfde strategie. Intel probeert niet alleen de prestaties van afzonderlijke processors te verbeteren, maar ook de samenwerking tussen hardware, software en datacenterinfrastructuur. Voor organisaties die AI op grotere schaal willen inzetten, moet dit meer keuze bieden bij de inrichting van hun systemen en de verdeling van workloads.