Advertentie
Acer bestaat vijftig jaar. Naar aanleiding van dat jubileum kregen we de kans om met het bedrijf terug te blikken op een halve eeuw technologiegeschiedenis én vooruit te kijken naar de volgende fase. We spraken met Eric Huang, verantwoordelijk voor de connectiviteitsproducten, en James K. Lin, die wereldwijd de strategie en pc-producten van Acer aanstuurt.
Welke trends zien jullie voor pc’s en connectiviteitsproducten? James steekt direct van wal: “De pc staat aan de vooravond van een nieuwe evolutie. Prestaties worden steeds vaker vertaald naar concrete voordelen voor gebruikers. De hardware heeft inmiddels een hoog prestatieniveau bereikt en in combinatie met AI in de cloud en op servers verwachten we dat AI, net als bij smartphones, overal beschikbaar wordt. Pc’s krijgen daardoor meer mogelijkheden, waarbij AI een ondersteunende rol speelt.” Eric vult aan: “De stap van 4G naar 5G voelt voor veel mensen misschien niet direct veel sneller. Hetzelfde geldt voor de overgang van wifi 6 naar wifi 7. Wat wij willen bereiken, is dat gebruikers er niet meer over hoeven na te denken. Als je je apparaat gebruikt, moet het simpelweg verbonden zijn. Daarom richten we ons op een installatieproces dat eenvoudig en stabiel is. Dat is de kern van ons product. We willen niet koste wat kost als eerste met bijvoorbeeld wifi 8 op de markt komen.”
Als het over connectiviteit gaat, speelt vertrouwen in Europa — en waarschijnlijk ook in Azië — een steeds grotere rol. Kunnen gebruikers een Acer-router vertrouwen? Eric: “We werken met verschillende fabrikanten over de hele wereld, maar beheren de broncode zelf, zowel van de app als van de firmware. Op het hoofdkantoor hebben we bovendien een team dat alle feedback van klanten verzamelt. Zo kregen we onlangs op donderdag klachten over verbindingsproblemen in India. Onze technici hebben de firmware binnen 24 uur bijgewerkt en de patch online gezet. Vrijdag was het probleem opgelost.”
De wereld verandert voortdurend. Welke gevolgen heeft dat voor de producten die Acer maakt? James: “Allereerst denk ik dat spreiding over meerdere productielocaties noodzakelijk wordt, omdat vrijwel iedere overheid de lokale economie wil stimuleren. Dat is een duidelijke trend. Daardoor worden middelen over verschillende landen en regio’s verdeeld. Voor ons is dat ook interessant, omdat we kunnen nadenken over de manier waarop we een land economisch ondersteunen en tegelijkertijd efficiënter werken. Natuurlijk komen nog altijd veel onderdelen uit China. Maar als we de productie uiteindelijk over meerdere locaties kunnen verdelen en lokaal kansen creëren, bouwen we ook een betere relatie op met de lokale markt. Daarbij kijken we vanzelfsprekend naar de projectkosten en houden we de totale kosten beheersbaar.”
Acer kondigde ook aan productie naar Europa te willen brengen. Wat betekent dat concreet? James: “Ik denk dat we beginnen met eenvoudige assemblage. Het ontwerp en soldeerwerk zijn namelijk complex en omvatten meer dan duizend onderdelen. Als we alles in één keer lokaal naar Europa, het Midden-Oosten en Afrika zouden halen, zou dat niet werkbaar zijn. Daarom gaan we stap voor stap. We beginnen met eenvoudige assemblage en maken die geleidelijk complexer. Tegelijk bekijken we hoe we meer kunnen betekenen voor lokale overheden en economieën.”
Acer bestaat inmiddels vijftig jaar. Het bedrijf begon ooit met de MultiTech MicroProfessor, een computer waarmee ook op Nederlandse en Belgische scholen assembler werd geleerd. Wat heeft jullie in al die jaren het meest verrast? Eric: “Twee ontwikkelingen hebben mijn leven echt veranderd. De eerste was de smartphone. Ik heb eigenlijk geen notitieboek meer nodig. En nu is er AI. Voor zakelijke beslissingen krijg ik veel ideeën en informatie uit R&D, de toeleveringsketen en de verkoop. Hoe neem ik dan de uiteindelijke beslissing? Ik heb iemand nodig om mee te sparren, zodat ik mijn gedachten kan ordenen en mijn besluit kan laten bevragen voordat ik het definitief neem. Deze twee ontwikkelingen hebben de meeste invloed op mij gehad.”
James vervolgt: “Voor mij is wifi de belangrijkste ontwikkeling. Bij mijn eerste baan moest je voor alles een netwerkkabel gebruiken. Zonder kabel kon je niets. Als je naar een vergadering ging, kon je dus alleen een echt notitieboek meenemen. Na afloop werkte je de notulen uit. Toen wifi beschikbaar kwam, leverde dat ineens enorm veel gemak op. Daarna hielp Intel de hele sector met het ultrabookconcept, waardoor producten dunner en lichter werden. Zo konden wij onze Swift Air ontwikkelen. Die is beschikbaar in 14 en 16 inch. Ongeacht het formaat konden we de dikte terugbrengen tot minder dan ongeveer 14,3 millimeter. Vergelijk dat eens met twintig jaar geleden, toen zulke apparaten veel dikker en zwaarder waren.”|
Welke producten zijn jullie zelf bijgebleven? James: “Onze 21 inch Predator-laptop met gebogen scherm. Dat product was bijna 56 millimeter dik. We konden het destijds uitbrengen dankzij een indrukwekkende samenwerking met partners uit de hele sector: Nvidia, Intel, paneelleveranciers, hardwarefabrikanten en audiospecialisten. Daardoor konden we technologie en innovatie in één product samenbrengen en aan het publiek presenteren.”