Advertentie
Het Duitse FRITZ! is een van de Europese spelers die zich nadrukkelijk richt op connectiviteit in en om het huis. In Duitsland is FRITZ!BOX vrijwel synoniem met router, maar ook in Nederland heeft het merk een stevige positie opgebouwd. De producten worden in Europa ontwikkeld en geproduceerd. We spreken met Manager International Portfolio Management Eric van Uden en Product Manager Henning Kroll van het Duitse bedrijf over beveiliging, slimme apparaten en de vraag wat Europese soevereiniteit in hardware vandaag nog betekent.
De modem of router vormt de laatste schakel tussen het thuisnetwerk en het internet. Daarmee is het apparaat tegelijk toegangspoort én aanvalspunt. Aan de ene kant zijn er kwaadwillenden die systemen proberen te kraken, aan de andere kant staat de beveiliging die dat moet voorkomen. Hoe groot is het risico? Van Uden neemt direct het woord: “Apparaten aan de rand van het internet worden steeds interessanter om te hacken. Een paar maanden geleden gingen er veel geruchten rond over proxy-apparaten en routers die bij beveiligingsproblemen betrokken zouden zijn. Als je de router kunt besturen, is het eenvoudig om er botnets mee op te zetten. Daarnaast proberen aanvallers je netwerk te blokkeren door je inloggegevens te stelen. Het gaat dus vooral om hackers die dat doen omdat ze het leuk vinden, en om hackers die geld willen verdienen door je onder druk te zetten.”
Tegelijkertijd komen er steeds meer slimme apparaten in huis. Maakt dat de modem of router niet tot poortwachter van het digitale huishouden? Kroll: “Wat we nu doen, is DNS-filtering implementeren met behulp van Pi-hole-achtige oplossingen. Je kunt dan bijvoorbeeld bekende ongewenste servers blokkeren, zodat apparaten daar niet mee kunnen communiceren. Een wasmachine hoeft bijvoorbeeld niet met Facebook te praten. Voor totale beveiliging heb je echter heel veel gegevens nodig. Zodra je die gaat verzamelen, introduceer je een privacyprobleem. Het gaat vaak niet om één gebruiker, maar om heel veel klanten tegelijk. Daarom moet dit vanuit de provider worden beheerd: dat is de enige plek waar het veilig, direct en verstandig kan gebeuren. Providers houden dit sowieso in de gaten en hebben daar hun eigen centra voor. De uitdaging zit vooral in de regelgeving. Vanuit mijn oogpunt is dit dus eerder een politieke dan een technische kwestie. Er spelen zoveel privacyaspecten mee. Niet alleen routerfabrikanten weten wat je doet. Alleen al aan het energieverbruik van een huis kun je zien wie er thuis is en wat ze doen. De data is er; de vraag is waar die vandaan komt. Een politiek en regelgevend kader is de meest efficiënte manier om met dit soort situaties om te gaan. Sommige zaken moeten op de router worden afgehandeld, omdat die onderdeel is van het thuisnetwerk. Andere zaken kun je beter via een app oplossen.”
Een ander aandachtspunt is dat modems en routers doorgaans lang in gebruik blijven. Dit kan voor een dilemma zorgen bij providers. Klanten huren hun modem soms tien jaar of langer, waardoor vervanging financieel en commercieel minder aantrekkelijk kan zijn. Daarnaast zitten consumenten vaak niet te wachten op een wissel van apparatuur, terwijl providers willen voorkomen dat klanten bij zo'n overstap hun abonnement opnieuw onder de loep nemen. Van Uden knikt: “Ik begrijp het dilemma, bij FRITZ! proberen we de gebruikte apparatuur via de software zo lang mogelijk up to date en veilig te houden. Dat lukt goed, maar er zit natuurlijk wel ergens een grens aan.”
Wat verstaan zij onder soevereiniteit? Van Uden: “Wij beschouwen onszelf als een Europese leverancier en proberen onze producten op de Europese markt te verkopen. We richten ons op Europa en streven ernaar zo onafhankelijk en Europees georiënteerd mogelijk te zijn. Maar daar zit ook de crux: er is geen volwaardige chipindustrie in Europa. Veel productie zit in Azië of de Verenigde Staten. Ik weet niet of het realistisch is om die chipindustrie naar Europa te halen. Ten eerste vraagt dat enorm veel geld, en ten tweede duurt het bouwen, runnen en opstarten van productie in een fabriek jaren. Maar uiteindelijk maakt het Europa wel sterker als dit zou gebeuren. Aan de andere kant zien we dat dit botst met de markt voor providers, waar eerder routers voor 35 euro werden verkocht. Wij zeggen: dat is onmogelijk, omdat we weten dat de chipsets min of meer vergelijkbaar zijn met die van ons. We kennen de productie. Je kunt zo’n apparaat niet voor 35 euro maken.”
Henning Kroll vult aan: “Van volledige soevereiniteit in hardware is geen sprake. In een geglobaliseerde economie is het tegenwoordig onmogelijk om iets te maken zonder onderdelen uit de hele wereld te betrekken. Voor Europeanen betekent soevereiniteit daarom vooral dat je de risico’s en de invloed van de wereldeconomie op je activiteiten als Europese fabrikant minimaliseert. Meer kunnen we op dit moment niet doen. Ik zie geen reden om de productie van chipsets hierheen te verplaatsen; daarvoor is het veel te complex. Er zijn simpelweg te veel verschillende soorten chipsets. Maar we kunnen wel proberen de risico’s van geglobaliseerde economieën te verkleinen. Je kunt bijvoorbeeld eisen dat elk onderdeel voor jou als fabrikant transparant en controleerbaar is, zodat je begrijpt wat het doet voordat je de binaire code gebruikt. In contracten kun je vastleggen dat je dieper inzicht wilt in hoe iets werkt en wat het doet. Je moet de chipfabrikant duidelijk maken dat je wilt kunnen zien wat je in je product stopt en wat ermee gebeurt. Je kunt in ieder geval proberen zo ver mogelijk te komen.”