Advertentie
Volgens een nieuw rapport heeft Nvidia een kortingsprogramma voor fabrikanten stopgezet. Vooral de RTX 5080 zou daardoor aanzienlijk duurder kunnen worden.
Jarenlang zouden fabrikanten van videokaarten de door Nvidia vastgestelde adviesprijzen alleen hebben kunnen halen dankzij een speciaal kortings- of subsidieprogramma van de chipfabrikant. Dat stelt hardwareontwikkelaar en YouTuber Roman “der8auer” Hartung in een recente video. Twee niet nader genoemde bronnen zouden hem het bestaan hebben bevestigd van een programma met de naam “OPP”, dat Nvidia enkele dagen geleden zonder vervanging zou hebben beëindigd.
Waar de afkorting OPP precies voor staat en hoe het programma exact werkte, wordt in de video niet volledig uitgelegd. Andere media speculeren dat OPP staat voor Open Price Program, maar een officiële bevestiging ontbreekt. Hartung benadrukt echter expliciet dat de vooral bij de marktintroductie cruciale adviesprijzen voor kaartfabrikanten alleen haalbaar waren dankzij dit programma. Volgens hem waren de kosten van GPU’s en grafisch geheugen, die Nvidia doorgaans als bundel aan fabrikanten verkoopt, zo hoog dat verkoop tegen de adviesprijs zonder financiële verliezen niet mogelijk was.
Waarom adviesprijzen zo belangrijk zijn
Adviesprijzen, in de VS bekend als MSRP (Manufacturer Suggested Retail Price), spelen een centrale rol bij de positionering van grafische kaarten. Producten van verschillende chip- en kaartfabrikanten met vergelijkbare prijzen leveren doorgaans ook vergelijkbare prestaties en functies. Nvidia zelf zet deze richtprijzen steevast prominent in de markt bij aankondigingen van nieuwe GPU’s. Een bekend voorbeeld is de claim dat de RTX 5070 voor 549 US dollar dezelfde prestaties zou leveren als de veel duurdere RTX 4090, al betrof die vergelijking framerates met en zonder tussenbeeldgeneratie.
Daarnaast is bekend dat Nvidia in zijn afspraken met de pers onderscheid maakt tussen twee categorieën kaarten: MSRP-modellen en niet-MSRP-modellen. Alleen kaarten die aan de adviesprijs voldoen, mogen op de officiële lanceerdag worden getest; duurdere varianten volgen pas een dag later.
Voor fabrikanten als Asus, Gigabyte en MSI is het daarom aantrekkelijk om bij de lancering niet alleen luxere en duurdere modellen aan te bieden, maar ook eenvoudige MSRP-kaarten. Die krijgen immers de meeste aandacht van consumenten en zijn op de eerste verkoopdag vaak snel uitverkocht. Een programma als OPP zou voor deze fabrikanten dus essentieel zijn geweest om marktaandeel te halen bij de introductie van nieuwe GPU’s.
Vooral RTX 5080 mogelijk zwaar getroffen
Volgens Hartung zal vooral de RTX 5080 sterk worden geraakt door het verdwijnen van OPP. Deze kaart kost momenteel ongeveer 1.250 euro, terwijl de officiële adviesprijs op 1.119 euro ligt. In het najaar van 2025 werd de kaart zelfs tijdelijk aanzienlijk goedkoper aangeboden. Hartung verwacht nu prijsstijgingen van 40 tot mogelijk 50 procent, wat zou betekenen dat de RTX 5080 binnenkort nauwelijks nog onder de 1.500 euro verkrijgbaar zal zijn.
Het topmodel, de RTX 5090, is inmiddels vrijwel niet meer onder de 3.500 euro te vinden, nadat de kaart lange tijd in eenvoudige uitvoeringen dicht bij de adviesprijs van 2.229 euro werd verkocht. Daarmee blijft het prijsverschil met de vermoedelijk duurder wordende RTX 5080 aanzienlijk. In bredere zin stijgen de prijzen van grafische kaarten momenteel al merkbaar.
Dreigt het einde voor de RTX 5070 Ti?
In het licht van de stijgende prijzen passen ook de geruchten en latere ontkenningen rond de RTX 5070 Ti tijdens de CES. Op de beurs werd gesuggereerd dat deze kaart van de markt zou verdwijnen, wat Nvidia en zijn partners later tegenspraken. Met de nieuwe ontwikkelingen komt die vraag echter opnieuw op tafel.
De RTX 5070 Ti is, net als de RTX 5080, gebaseerd op de GB203-GPU, zij het in een iets afgeslankte vorm. Dergelijke configuraties worden vaak gebruikt wanneer de opbrengst van het productieproces nog niet optimaal is. Na meer dan een jaar massaproductie bij TSMC zou het voor Nvidia economisch aantrekkelijker kunnen zijn om zich te beperken tot de volledig uitgeruste GB203-variant voor de duurdere kaart, die hogere marges oplevert.
Op vragen aan Nvidia over het vermeende OPP-programma heeft Roman Hartung ook na meerdere dagen geen reactie ontvangen. Daarbij moet worden opgemerkt dat kortings- en subsidieprogramma’s bij chipfabrikanten niet ongebruikelijk zijn. Ook AMD en Intel maken er gebruik van. Het bekendste voorbeeld is waarschijnlijk het jarenlang gehanteerde “Intel Inside”-programma, dat Intel pas in 2017 aanzienlijk afbouwde. Daarbij ontvingen onder meer laptopfabrikanten flinke kortingen en marketingbijdragen in ruil voor het prominent tonen van het Intel Inside-logo op hun producten en verpakkingen.