Advertentie
Windows 95 stond bekend om de introductie van de Start-knop, Plug and Play en lange bestandsnamen, maar onder de motorkap maakte Microsoft soms gebruik van opvallend eenvoudige oplossingen. Voormalig Microsoft-ontwikkelaar Raymond Chen heeft onthuld dat het besturingssysteem installatieprogramma's vaak herkende door simpelweg te controleren of de bestandsnaam bepaalde sleutelwoorden bevatte. Zodra zo'n zogenoemd magic word werd gevonden, activeerde Windows automatisch speciale compatibiliteitsinstellingen om de kans op een succesvolle installatie te vergroten.
In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, zocht Windows niet alleen naar het woord 'setup'. De lijst met sleutelwoorden bestond uit setup, install, inst en zelfs enkele buitenlandse varianten, zoals imposta, ayarla en felrak. Chen geeft toe dat hij zich niet meer kan herinneren waarom juist deze woorden ooit aan de lijst zijn toegevoegd. Opvallend is bovendien dat 'install' eigenlijk overbodig was, omdat ieder bestand met 'install' automatisch ook de letters 'inst' bevatte. Vermoedelijk is 'inst' later toegevoegd om installatiebestanden met namen als abcinst.exe eveneens automatisch te herkennen, zonder de oorspronkelijke controle op 'install' te verwijderen.
Windows keek bovendien niet alleen naar de naam van het uitvoerbare bestand. Bevond een programma zich in een map met bijvoorbeeld 'Setup' in de naam, dan werd het eveneens als installatieprogramma beschouwd. Een bestand als C:\Downloads\Setup\game.exe kon daardoor dezelfde compatibiliteitsinstellingen krijgen als een traditioneel setup.exe-bestand.
De extra compatibiliteitsmaatregelen waren hard nodig. In de jaren negentig gebruikten softwareontwikkelaars uiteenlopende installatiemethoden en overschreven installatieprogramma's regelmatig systeembestanden met oudere versies. Daarom controleerde Windows na een installatie of belangrijke DLL-bestanden niet waren vervangen. Veel installaties voerden deze controle zelfs pas uit na een herstart, omdat systeembestanden tijdens het draaien van Windows niet konden worden gewijzigd. Multimedia-drivers vormden daarop een uitzondering: omdat juist die regelmatig problemen veroorzaakten, controleerde Windows deze direct na de installatie via een INF-bestand.
Het verhaal laat zien hoe pragmatisch Microsoft destijds te werk ging. In plaats van ingewikkelde analyses gebruikte Windows 95 eenvoudige heuristieken om duizenden bestaande DOS- en Windows-programma's probleemloos te laten werken. Hoewel moderne Windows-versies gebruikmaken van veel geavanceerdere compatibiliteitsmechanismen, vormen dit soort slimme oplossingen een mooi inkijkje in de ontwerpkeuzes achter een van Microsoft's meest invloedrijke besturingssystemen.