Advertentie
Om de twee nas-apparaten in een HA-cluster te laten werken, moeten er twee verbindingen worden gelegd. Eén verbinding wordt gebruikt om bij nas-apparaten letterlijk de vinger aan de pols te houden. Dit wordt de heartbeat connection genoemd. Het is de bedoeling dat dit een rechtstreekse verbinding tussen de twee apparaten is. De tweede verbinding is de clusterverbinding. Daarvoor moet iedere nas een uniek vast IP-adres in het netwerk krijgen. Vervolgens is er nog een derde adres nodig. Dat is het adres van het cluster.
Een van de twee servers is de actieve server, de andere de passieve. Gebruikers krijgen via het derde IP-adres toegang tot de actieve. Mocht er nu iets misgaan, dan kan de passieve server de taken van de actieve overnemen op dat derde IP-adres. Gebruikers merken hier vijwel niets van.
Om het High Availability-cluster te realiseren, moeten beide nas-apparaten gelijk worden geconfigureerd. Schijven of ssd’s van dezelfde capaciteit moeten in dezelfde posities worden gemonteerd, en ook de netwerkconfiguratie moet vergelijkbaar zijn. De clusterverbinding moet dus bij op de ene nas op dezelfde poort worden aangesloten als op de andere. Datzelfde geldt voor de heartbeat-verbinding.
De inhoud van de nas-apparaten wordt gespiegeld. Als de passieve nas al voor andere taken wordt gebruikt, dan moet alle data eerst worden veiliggesteld. In het HA-installatieproces wordt namelijk de inhoud van de passieve server precies hetzelfde gemaakt als die van de actieve server.